In 1991 had het CDA de plannen voor de opheffing van het bordeelverbod getorpedeerd. De opheffing van het bordeelverbod zou ooit wel eens gaan plaatsvinden, maar over hoeveel jaar? Naar aanleiding van een gesprek tussen het ministerie van WVC (Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur), de Graafstichting en enkele deskundigen, zoals Lucie van Mens is het Landelijk Prostitutie Overleg in het leven geroepen om het ontstane vacuüm te vullen. De eerste vergadering vond op 23 september 1992 in het pand van de Mr. A. de Graafstichting plaats. [I]Tot 2005 zou het pand van de Graafstichting de meest gangbare plaats van samenkomst van het Landelijk Prostitutie Overleg blijven. Een enkele keer was het bij de Stichting Soa Aids, waar toen Lucie van Mens leiding gaf aan het prostitutieprogramma. Na de opheffing van de Graafstichting per 31 december 2004 werd het LPO meestal op hun burelen gehouden. Daarna ging het weer naar Stichting SOAbestrijding (Nu st. soa-aids) met enkele uitstapjes naar plaatsen buiten de Randstad. De laatste LPO bijeenkomsten zijn in 2011 bij de Rode Draad gehouden.

mrgraafDeze organisatie leverde ook de voorzitter: Hans Scholtes. [II]Voordien waren er vergaderingen die het etiket Landelijk Prostitutie Overleg (LPO) kregen, maar die gingen vooral over aids en gezondheidszorg Op die bewuste vergadering in 1992 waren De Rode Draad, de Mr. A. de Graafstichting, de Vereniging Exploitanten Relaxbedrijven (VER) en de Stichting Tegen Vrouwenhandel (STV) aanwezig. Deze laatste organisatie had grote aarzelingen; ze was bang haar onafhankelijkheid kwijt te raken en wilde niet formeel als deelnemer worden vermeld. Niettemin is STV de jaren tot de wetswijziging en daarna deel blijven nemen aan het LPO.

Er werden regelmatig gasten van ‘buiten’ uitgenodigd. Dat ging dan bijvoorbeeld om ambtenaren van de ministeries, van de Belastingdienst, en andere organisaties die betrokken zouden worden bij de wetswijzing. Zo zijn er vertegenwoordigers van de Kamer van Koophandel, de Arbeidsinspectie en het UWV  bij het LPO geweest. De discussies gingen meestal over belasting betalen in de prostitutie en de relatie tot de lokale en landelijke overheden. [III]Vanaf 1996 maakte schrijver dezes deel uit van het LPO

logo lpo kleinDe deelnemers wisselden informatie uit. Een enkele keer werd er een gezamenlijk standpunt geformuleerd. Iedereen was het er bijvoorbeeld over eens dat de registratie van prostituees door de politie geen goede zaak was. Tevens bestond er eenstemmigheid over de weinig realistische eisen die het Landelijk Centrum voor Infectieziekten in 2001 had uitgevaardigd. Ook was er eensgezindheid in de afkeuring van de brief die exploitant Jan Bik– namens het LPO-  aan de burgemeester van Amsterdam had gestuurd.  Door bemiddeling van de voorzitter kon het LPO in 1995 en 1996 aanschuiven  bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Ook werd er gezamenlijk opgetreden tijdens gesprekken met Kamerleden en bijvoorbeeld de Nationale Rapporteur Mensenhandel.

Wie wel en wie niet?

Maar ook heel vaak gingen de discussies over wie er wel en wie er niet deel aan het overleg mocht hebben. Regelmatig werden de eisen aan de deelnemende organisaties bijgesteld. Aanvankelijk was het vereiste dat een deelnemende organisatie één jaar- later werd dat twee jaar-  in de openbaarheid moest hebben getreden. [IV]Een voor de hand liggende eis was dat de organisatie bij de Kamer van Koophandel moest zijn ingeschreven. De organisatie moest een landelijk werkgebied hebben en niet op de commercie zijn gericht. Het feit dat daar niet altijd consequent de hand aan werd gehouden, leidde tot conflicten. Zo was in 1998 de Vereniging van Exploitanten Relaxbedrijven boos omdat een nieuwe organisatie van exploitanten (De Excellent Groep) was toegelaten zonder aan de eis van twee jaar actief te zijn geweest te hebben voldaan. In dat jaar was er een aanvraag van St. Madam, een organisatie voor en door prostituees, die tot dan toe in de regio Rotterdam actief was. De voorzitter van het LPO had St. Madam en de Excellent groep bij het overleg betrokken omdat er een belangrijk overleg met de vaste commissie van justitie van de Tweede Kamer op handen was. Prosex die tot schrik van De Rode Draad wel zeer commercieel was gebleken, had zich ook aangemeld, maar werd slechts eenmalig als gast uitgenodigd. Gaandeweg werden de toelatingsnormen steeds minder streng gehanteerd. Regionale hulpverleningsorganisaties zoals het Prostitutie Maatschappelijk Werk in Rotterdam en het HAP (Huiskamer Aanloop Projecten) uit Utrecht gingen na 2005 ook deel van het LPO uitmaken.

Regelmatig ontstonden er afsplitsingen van organisaties, wat ook weer de nodige controverses opleverde. Dat was bijvoorbeeld het geval met die van de prostituees.

Organisaties van prostituees

In 1996 wilde een afscheiding van De Rode Draad, De Hoerenbond aanschuiven bij het LPO. De Rode Draad was daar niet blij mee en kreeg daarin steun van de exploitanten. Er was namelijk een artikeltje opgedoken van de Hoerenbond waarin de in 1996 overleden Rico Harley van De Rode Draad zwart werd gemaakt. De meerderheid van het LPO stemde tegen. St. Madam heeft wel enkele malen het LPO bezocht en naderhand is Mariska Majoor van het PIC erbij gekomen.

De exploitanten onderling

De toenmalige voorzitter van de Vereniging Exploitanten Relaxbedrijven, Henk KB, kondigde op een gegeven moment aan dat op 1 oktober 1997 26 relaxbedrijven zich hadden verenigd in de Excellentgroep. De bedoeling was dat deze bedrijven zich zouden profileren als luxe- bedrijven. Genoemde Henk KB zou daar voorzitter van worden. Dat zou hij niet lang blijven. Zoals eerder bij Erotikeur, deed hij ook bij de Excellent Groep een greep in de kas. Daarna verdween hij uit beeld. Enkele jaren later trokken de Excellent en de VER weer samen op als één organisatie. De VER en de Excellent groep hadden soms aanvaringen met de organisatie van raamexploitanten, Samenwerking Overleg Raamprostitutie (SOR).

Per organisatie mochten twee personen deelnemen. Dat leverde ook weer discussie op. De SOR stuurde nogal eens afvaardigingen uit diverse steden. Daarmee waren exploitanten numeriek in het overwicht ten opzichte van organisaties van en voor prostituees.  De Rode Draad en de in 2002 toegetreden vakbond van De Rode Draad, Vakwerk was daar niet blij mee. (Lees  2003 De Rode Lap, een document van Jan Visser)

Exploitanten versus De Rode Draad

De Rode Draad vond vaker dat het LPO te veel op de exploitanten was gericht. Dat had mogelijk te maken met de voorzitter die het oprecht onjuist vond dat exploitanten nergens een podium in het debat hadden. In Rotterdam bijvoorbeeld werden ze uit het overleg met de gemeente geweerd. Het Rotterdams bestuur had daar trouwens wel een reden voor. Met name in Rotterdam had een aantal exploitanten zich een slechte naam bezorgd. Enkele ‘grote jongens’ daar werden regelmatig in verband met vrouwenhandel genoemd.

Het zal geen verwondering wekken dat er regelmatig conflicten waren tussen De Rode Draad en de organisaties van exploitanten. Dat begon al tijdens de eerste bijeenkomsten. De exploitanten namen het De Rode Draad kwalijk dat ze zich negatief over hen in de pers had uitgelaten.

Met name waren er conflicten met de raamexploitanten, vooral met (de in 2001 overleden) Arie de Jong uit Den Haag. In 1999 was een interview door hem bij De Rode Draad in het verkeerde keelgat geschoten. Een fragment uit het protest van De Rode Draad:

De Rode Draad heeft met verbijstering de uitlatingen in de pers van het LPO-lid Arie de Jong gelezen. (Panorama no. 22 en Volkskrant van 6-1-99).  Wij vallen over de wijze waarop hij de Doubletstraat ‘market’ als een gebied waar 90% van de vrouwen ‘douwt zonder gummi’, waar iedere man voor tien gulden een vrouw mag ‘vozen’. Dat de inkomsten van de vrouwen in het land van herkomst aanzienlijk lager zijn dan hier, mag geen argument zijn om lage prijzen te propageren. In een Indiaas restaurant in Nederland betaalt men ook niet de prijzen die gangbaar zijn in India.

De heer De Jong doet het voorkomen dat het ‘douwen met een gummi’ een luxe is die alleen ‘Hollandse meisjes’ zich kunnen veroorloven.

In 2001 ontstaat er discussie over de komst van de FNV naar het overleg. Het begon ermee dat exploitanten zich bemoeiden met de vraag of De Rode Draad wel met de FNV in zee moest. Andere deelnemers vonden dat vreemd. Dat moest De Rode Draad toch zelf weten! De rapen waren helemaal gaar toen de Excellent groep ook een vakbond voor prostituees ging oprichten. (2001-2002).

Het gedoe over de branche

Het LPO is enkele keren gekenschetst als een brancheorganisatie. De voorzitter afficheerde zichzelf als vertegenwoordiger van de hele branche, dus van sekswerkers, exploitanten en klanten en nam als zodanig deel aan het landelijk monitor- overleg van de ministeries. Volgens de exploitanten was een branche namelijk het geheel van sekswerkers, exploitanten en klanten. Maar wat is een branche? Officieel is een branche het geheel van de bedrijven in één economische sector. De klanten horen daar niet bij. Maar niet volgens het LPO, die zelfs de klanten bij het arbeidsvoorwaardenoverleg wilde betrekken.

De klanten

In 1993 was een organisatie van klanten, de Klep in de persoon van Gerrit Bloemen nog incidenteel aanwezig. Later kwam daar Niel ten Kate bij. In 1997 ontstond er een conflict en werd de deelname van Gerrit Bloemen aan het LPO beëindigd. Na het overlijden van Niel ten Kate namen klanten soms op persoonlijke plaats in het LPO. In 2003 ontstond er nog enige beroering toen er sprake was van een moderator van de klantensite Hookers.nl lid te maken van het LPO.

Na 2005

Het laatste verslag van een LPO bijeenkomst is 23 mei 2011 gedateerd. De deelnemers waren de Vereniging Exploitanten Relaxbedrijven, St. Soa-aids, De Rode Draad en een ambtenaar van het ministerie van toen nog Justitie.

Naschrift

Ten tijde van de opheffing van De Rode Draad (2012) was de relatie met de exploitanten verbeterd. De veldwerkers van De Rode Draad ontmoetten weinig tegenstand meer tijdens het bedrijvenbezoek. Veel ‘zwakke broeders’ hadden de branche al verlaten.

In de tijd dat de messen werden geslepen was de relatie van Rode Draad met de VER wisselend. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de nieuwsbrieven van de VER. Daarin was vrijwel altijd een bericht te vinden over De Rode Draad die iets goeds deed of juist iets verkeerds. De VER en sommige leden van de SOR vonden De Rode Draad hun beste vijand. Net als bij politieke tegenstanders waren de onderlinge relaties tussen de woordvoerders van de twee organisaties goed te noemen.

Sietske Altink

Bekijk de filmpjes die Eveline van Dijck heeft gemaakt over de VER. https://www.youtube.com/watch?v=t9UJU4URIPY&t=8s

Noten   [ + ]

I. Tot 2005 zou het pand van de Graafstichting de meest gangbare plaats van samenkomst van het Landelijk Prostitutie Overleg blijven. Een enkele keer was het bij de Stichting Soa Aids, waar toen Lucie van Mens leiding gaf aan het prostitutieprogramma. Na de opheffing van de Graafstichting per 31 december 2004 werd het LPO meestal op hun burelen gehouden. Daarna ging het weer naar Stichting SOAbestrijding (Nu st. soa-aids) met enkele uitstapjes naar plaatsen buiten de Randstad. De laatste LPO bijeenkomsten zijn in 2011 bij de Rode Draad gehouden.
II. Voordien waren er vergaderingen die het etiket Landelijk Prostitutie Overleg (LPO) kregen, maar die gingen vooral over aids en gezondheidszorg
III. Vanaf 1996 maakte schrijver dezes deel uit van het LPO
IV. Een voor de hand liggende eis was dat de organisatie bij de Kamer van Koophandel moest zijn ingeschreven.