1902: Het Witte Huis

1902: Het Witte Huis

In juli 1975 kondigde wethouder Van der Have het einde van de prostitutie op Katendrecht aan. De prostitutie zou immers naar Het Witte Huis, de oudste wolkenkrabber van Nederland verhuizen. Dat zat in 1974 al in de pen maar in 1975 gaf Algemene Zaken pas het groene licht. Er was echter een kleine hindernis. Er dook namelijk een eigenaar van Het Witte Huis op. In 1974 had deze eigenaar, Clearbrook Properties Holdings Ltd laten weten onaangenaam verrast te zijn door het noemen van Het Witte Huis als mogelijke locatie voor het Eroscentrum. Ook de Nederlandse partner van dit bedrijf reageerde verstoord. Dus kwam er een kort geding dat op 22 juli 1974 diende. Clearbrook vond dat door de verrichtingen van de gemeente de restauratie van het monumentale pand onzeker was geworden. Ten tweede achtte Clearbrook het hele plan in strijd met 250 bis Wetboek van Strafrecht ofwel het bordeelverbod. Ten derde vond Clearbrook dat de gemeente met twee maten aan het meten was: de bordelen op Katendrecht sluiten op grond van 250 bis en intussen zelf de prostitutie bevorderen.

De Engelse eigenaar vond ook dat Rotterdam een onrechtmatige daad jegens het  bedrijf had begaan. Dat vond de rechter niet, want het ging alleen om een onderzoek naar een locatie en niet om een uiteindelijke toewijzing van het Witte Huis als Eroscentrum. De gemeente vond het hele kort geding maar prematuur omdat niet bekend was of het stichten van een Eroscentrum wel of niet strafbaar was. Wel moest de gemeente Clearbrook een fiks bedrag schadevergoeding betalen voor verlies aan goodwill en rente.

Het bleef niet bij problemen met de rechtmatige eigenaar. Een paar maanden later moest wethouder Van der Have toegeven dat hij over het hoofd had gezien dat de NS in het gebied rond Het Witte Huis een spoortunnel zou gaan bouwen. Daartoe zouden de panden rond het Witte Huis en het Witte Huis zelf worden gesloopt. En juist die panden in de buurt zouden bestemd worden voor de ondersteunende infrastructuur van cafeetjes en dergelijke van het Eroscentrum.

Van der Have liet zich daardoor niet afschrikken; de verhuizing van de prostitutie naar Het Witte Huis zou alleen maar uitgesteld worden tot de tweede helft van 1976. De rechter had immers gezegd dat Rotterdam gewoon door mocht gaan met het onderzoek naar de geschiktheid van Het Witte Huis en de buurt van de Wijnhaven als Eroscentrum. De gemeente wilde Het Witte Huis als mogelijk Eroscentrum wegens de gunstige ligging nog niet opgeven. Het kon gemakkelijk worden afgesloten en de huizen in de buurt zouden binnen afzienbare tijd toch worden afgebroken. De gemeente had in de buurt al twintig panden in bezit.

Er was nog een probleempje met de financiering. De sloop van Het Witte Huis en de panden erom heen ten behoeve van de Spoortunnel zou op termijn betekenen dat de gemeente hoge schadevergoedingen moest gaan betalen. Vooral de exploitanten van een Eroscentrum – dat nadat het was opgebouwd weer zou moeten worden afgebroken – konden waarschijnlijk een hoog bedrag ter compensatie eisen.

Maar was het Witte Huis wel zo geschikt als Van der Have en de zijnen beweerden? Bordeelhouders van Katendrecht voerden samen met buurtbewoners het argument aan dat het Witte Huis te klein was om alle Rotterdamse prostitutie te herbergen. Tevens meenden exploitanten dat prostituees niet op al die elf verdiepingen wilden gaan zitten. De grootste exploitant van Katendrecht, Van Oostenbrugge, kondigde al aan hij daar niet heen wou. ‘Over mijn lijk, ook al kreeg ik de panden cadeau.’

Korte tijd later zag men van het Witte Huis als Eroscentrum af. Dat kwam niet door de protesten van buurtbewoners die bang waren voor uitwaaiering van prostitutie maar door de voorgenomen bouw van de Spoortunnel. Van der Have haalde bakzeil en maakte zich op voor het volgende bedrijf: de prostitutie naar het Poortgebouw.

Anno 2015 is er een spoortunnel, Het Witte Huis staat er (gelukkig) nog en is door Unesco tot werelderfgoed uitgeroepen.

Sietske Altink

Lees de andere artikelen in deze reeks

De achtergrond

  1. De invoering van het bordeelverbod is mislukt
  2. Schaalvergroting van prostitutie op de kaart

Een carnavaleske inhoudsopgave

  1. De Maasstadoperette

Katendrecht

  1. Katendrecht: een depot van beleefde Chinezen met tijdelijke liefdes
  2. Het gecontroleerde ontstaan van een rosse buurt: bijnamenromantiek en huisjesmelkers
  3. Bewoners versus Het Leven
  4. De strijd tussen bewoners en de prostitutiewereld ontbrandt (letterlijk)
  5. Over een glazenwasser, caféhouders en kaartavondjes voor bejaarden
  6. Bordeelsluiting, een heidens karwei
  7. ‘Niet tegen maar langs de wet’.

Het Eroscentrum

  1. Het Eroscentrum, waaro, hiero of daaro?
  2. Dit artikel
  3. Het Poortgebouw ofwel Fuckingham Palace
  4. Bordeelboten, prostitutie tussen de wal en het schip
  5. De Keileweg: een erotisch luchtkasteel op een desolate vlakte
  6. De gemeente vraagt criminelen een monopoliepositie in te nemen in de prostitutiewereld

Achteraf

  1. Oeps, vergeten te vragen wat sekswerkers van al dit moois vonden
  2. Het Rotterdamse prostitutiebeleid in de jaren 70 en 80: een catalogus van blunders

Een opmerking over bronnen. Voor deze artikelenreeks zijn veel krantenartikelen gebruikt. De leesbaarheid zou zeer worden aangetast als die steeds in een notenapparaat moesten worden opgenomen. Daarom zijn de bronnen voor al deze artikelen in een aparte file vermeld die hier te downloaden is.

Overige bronnen