Denkend aan de jaren zeventig van de vorige eeuw, zien we dat er zich toen een fenomeen heeft voorgedaan dat ook in de prostitutie manifest werd: schaalvergroting. Zo werd prostitutie meer zichtbaar. Dit werd letterlijk mogelijk gemaakt door het meer gemeengoed worden van rood neonlicht. (De Wildt 2015).

Door de ontwikkelingen in het vervoer- meer klanten beschikten over een auto- bleef prostitutie niet beperkt tot de stedelijke kernen. Ook het platteland werd ontgonnen. De seksboerderij werd de nieuwe attractie.

Toename omvang

In het hele land werd gemeld dat de prostitutie –zowel in clubs als de raamprostitutie- in omvang toenam. Als voorbeeld nemen we Katendrecht omdat die toename verstrekkende gevolgen zou krijgen. Helaas zijn de meeste cijfers afkomstig van het Wijkorgaan Katendrecht, dat ook belangen had bij een dramatische presentatie van de feiten. Dit verklaart ook de tegenstrijdigheden in het cijfermateriaal. Maar desondanks….

Katendrecht was een wijk van amper een vierkante kilometer oppervlakte met in 1971 naar schatting 4000 bewoners. Uit berichten uit de kranten uit die periode vallen de volgende cijfers te halen, die soms enigszins van elkaar afwijken maar wel een beeld geven van de groei van de prostitutie op dit kleine schiereiland in Rotterdam.

Vlak na de oorlog zou er alleen prostitutie plaatsvinden in de Delistraat.

1970: Er zijn 105 ‘besmette’ panden verspreid over de hele wijk.

1971: Er zitten 400-500 vrouwen uit het hele land. Er is nu een ploegenstelsel en het is een 24- uurs economie geworden. Soms werken er 10 vrouwen in één pand.

1971: In de Tolhuislaan zijn er zes bordelen bijgekomen.

1972: Er zijn 121 bordelen waar 385 sekswerkers werken.

1973: Van 1200 woningen zijn er 150 ingericht als bordeel. Daarnaast is er prostitutie in cafés en seksclubs.

1974: Op 1245 woningen zijn er 154 woonpanden met bordelen. Volgens het wijkorgaan zijn er 12 nieuwe bordelen geopend en komt het aantal seksbioscopen op twintig. In 1971 waren dat er nog zes. In 1974 was er nog één bijgekomen, waardoor het totaal op 21 kwam. Er zijn 63 seksclubs op deze vierkante kilometer. (NB: Dat is heel veel. In heel Amsterdam waren er rond 2000 ook 60). Daarnaast is de raamprostitutie gegroeid. In 1974 waren er 249 geregistreerde sekswerkers op Katendrecht, op de rechter Maasoever dat wil zeggen in de rest van de stad, 806.

De toenemende welvaart, de grotere mobiliteit, technische en maatschappelijke ontwikkelingen als de komst van de hard drugs, gastarbeiders (nieuwe klandizie) en hogere eisen aan de woonomgeving. waardoor mensen in een ‘nette buurt wilden wonen, hadden ook hun weerslag op de prostitutiewereld.

Toegenomen welvaart

De toenemende welvaart deed zich ook in de prostitutiewereld gelden. De vraag naar luxere vormen van prostitutie steeg. Niet alle klanten wilden nog in een kleine peeskamer aan hun gerief komen. Ze verlangden glamour: champagne drinken op het pluche en niet in de laatste plaats seks zonder condoom, een dienst die in de raamprostitutie niet werd geleverd. In deze periode kwam het daarnaast vaak voor dat zakelijke contracten in het bordeel werden beklonken. Dat kon toen nog onbekommerd bij de belastingdienst als representatiekosten worden afgeschreven.

Klanten waren zowel in de raamprostitutie als in de clubs niet meer onder de indruk van ‘ondeugende’ plaatjes. Ze wilden meer. Harde porno ging in de tweede helft van de jaren zestig een rol spelen. Dankzij de super 8 film, (sinds 1965) was het maken en vertonen van porno eenvoudig geworden. Dit droeg bij tot de wildgroei van sekstheatertjes in de rosse buurten.

Ontwikkelingen in de raamprostitutie

Raamprostitutie jaren dertig

Raamprostitutie jaren dertig

Al deze vormen van mobiliteit had grote gevolgen voor de raamprostitutie. Op Katendrecht bijvoorbeeld klaagden de bewoners dat ze de sekswerkers niet meer persoonlijk kenden en dat zij allerlei gedragscodes die enkele decennia daarvoor waren ontstaan, schonden. Sekswerkers accepteerden het bijvoorbeeld niet meer dat buurtkinderen voor hun raam speelden.

De sekswerkers woonden niet meer op de werkplek. Hun partner was vaak niet meer in de buurt. De vrouwen regelden zelf hun werkplek. Met andere woorden, de sekswerkers werden ook professioneler. Sekswerkers gingen zich steeds onafhankelijker van hun ‘(zaken) partners’ opstellen. Pooiers werden naar de achtergrond gedrongen.

In de jaren zeventig werden sekswerkers steeds mobieler. Ze gingen gewoon met de trein naar elders om daar te gaan werken. En meestal gingen ze ’s avonds weer naar huis. Dit droeg ertoe bij dat ze minder contact met de buurtbewoners hadden.

Voor de buurtbewoners had een andere nieuwigheid: de ploegendienst ook grote gevolgen. Dit hield in dat ramen per dagdeel werden verhuurd, meestal twee keer per dag. Daarom kon er ook overdag en niet alleen ’s avonds, worden gewerkt. Dit betekende dat er meer sekswerkers aan het werk waren waardoor buurbewoners al of niet terecht meenden dat de overlast was toegenomen.

De derde partij, die van de exploitanten liet zich ook niet onbetuigd op het gebied van mobiliteit. Velen onder hen hadden zwart geld in de gokwereld of drugswereld verdiend, waarmee ze panden in diverse prostitutiegebieden, soms in verschillende steden, opkochten. Deze panden waren goedkoop omdat ze vaak zodanig waren verkrot dat niemand er wilde wonen. Een enkele keer zorgde men er ook wel voor dat de oorspronkelijke bewoner zodanig werd gepest dat die moest vertrekken. Het feit dat Haagse penoze en andere exploitanten huizen buiten Den Haag opkochten, werd bijvoorbeeld op Katendrecht als een grote bedreiging ervaren.

Hoe dan ook, er heerste consensus over het feit dat in een wijk als Katendrecht de prostitutie zowel kwantitatief als kwalitatief was veranderd. Hierdoor kwam de bevolking in opstand en de politiek zodat de politiek werd gedwongen te handelen.

Sietske Altink

Lees de andere artikelen in deze reeks

De achtergrond

  1. De invoering van het bordeelverbod is mislukt
  2. Dit artikel

Een carnavaleske inhoudsopgave

  1. De Maasstadoperette

Katendrecht

  1. Katendrecht: een depot van beleefde Chinezen met tijdelijke liefdes
  2. Het gecontroleerde ontstaan van een rosse buurt: bijnamenromantiek en huisjesmelkers
  3. Bewoners versus Het Leven
  4. De strijd tussen bewoners en de prostitutiewereld ontbrandt (letterlijk)
  5. Over een glazenwasser, caféhouders en kaartavondjes voor bejaarden
  6. Bordeelsluiting, een heidens karwei
  7. ‘Niet tegen maar langs de wet’.

Het Eroscentrum

  1. Het Eroscentrum, waaro, hiero of daaro?
  2. De Wijn- en Trijnhaven
  3. Het Poortgebouw ofwel Fuckingham Palace
  4. Bordeelboten, prostitutie tussen de wal en het schip
  5. De Keileweg: een erotisch luchtkasteel op een desolate vlakte
  6. De gemeente vraagt criminelen een monopoliepositie in te nemen in de prostitutiewereld

Achteraf

  1. Oeps, vergeten te vragen wat sekswerkers van al dit moois vonden
  2. Het Rotterdamse prostitutiebeleid in de jaren 70 en 80: een catalogus van blunders

Een opmerking over bronnen. Voor deze artikelenreeks zijn veel krantenartikelen gebruikt. De leesbaarheid zou zeer worden aangetast als die steeds in een notenapparaat moesten worden opgenomen. Daarom zijn de bronnen voor al deze artikelen in een aparte file vermeld die hier te downloaden is.

Overige bronnen