katendrecht hoesDe FNV, politici, de NVSH en de GGD hadden echter geen van allen gevraagd wat prostituees er zelf van vonden. Op 13 november 1981 wekte burgemeester Van der Louw hun woede door op de televisie te beweren dat alle groeperingen waren gehoord. ‘Maar wij niet’, zo protesteerden de sekswerkers.

Wat vonden de sekswerkers Tot het einde van de jaren zeventig werd in het gekrakeel sporadisch de mening van  sekswerkers over het Eroscentrum gevraagd. In de media werden zr meestal afgeschilderd als verlengstuk van ‘souteneurs’. Zo kwamen de vrouwen slechts aan bod als deelnemers aan de protesten van ‘souteneurs’.

In 1979 zei een sekswerker tegen journalisten: ‘Hadden jullie niet eerder kunnen vragen wat wij ervan vonden? De meeste vrouwen hebben geen pooier meer. Een Eroscentrum is te duur voor ons. Door de sensatiepers worden wij kapot gemaakt. Ik kan geen bloemstukkie aan mijn buurman geven. Dan moet ik bij het wijkgebouw komen omdat ze denken dat hij mijn pooier is.’ Een ander was bang dat haar klanten niet naar een Eroscentrum wilden komen. In 1980 zei een vrouw: ‘Ze hebben van alles bedacht: disco’s, seksshops, goktenten en noem maar op. Alleen vragen ze ons niks. Wij moeten tenslotte straks al die poen voor het Eroscentrum op tafel brengen.’ Dachten jullie dat verslaafde meiden in een Eroscentrum gaan zitten? Een klant wil toch niet dat de gemeente meekijkt’. Katendrechtse Annie dacht dat dat de Erosflats er niet zouden komen. ‘Gewone vrouwen’ zouden ertegen protesteren dat er wel voor flats voor sekswerkers werden gebouwd, maar niet voor hen.

In 1979 deed het blad Panorama een onderzoek onder sekswerkers. Dit wees uit dat maar drie procent van de sekswerkers akkoord zou gaan met een gedwongen verhuizing naar Eroscentra. De meeste vrouwen waren bang hun anonimiteit te verliezen en belastingplichtig te worden. Ze vreesden tevens dat de huren te hoog zouden worden.

37,5 procent van de ondervraagde sekswerkers zou op thuiswerk overgaan als prostitutie op De Kaap verboden zou worden. 15 procent wou gewoon in kroegen klanten blijven werven. De uitslag van de enquête veroorzaakte verdeeldheid onder de sekswerkers. De groep die op De Kaap wilde blijven voelde zich verraden door die paar collega’s die wel naar een Eroscentrum wilden.

Uit een enquête uit 1979 van de Werkgroep Prostitutie Rijnmond van ManVrouw Maatschappij  kwam eenzelfde beeld naar voren. De sekswerkers wilden niet naar een Eroscentrum uit angst voor een te grote macht van de exploitanten over hen. Op 16 maart 1979 verzette initiatiefnemer tot de enquête Riet Steehouwer van de Werkgroep zich namens sekswerkers tegen de plannen van de gemeente. De vrouwen gaven aan dat ze bang waren hun vrijheid kwijt te raken in een Eroscentrum: een klant moest bij een portier foto’s gaan bekijken om zijn keuze te maken. Daarmee was het niet meer aan hen om te bepalen of ze een klant wel of niet accepteerden. Weer kwam het argument naar voren dat registratie de anonimiteit in gevaar bracht. In die periode wisten veel sekswerkers registratie door de politie te vermijden. De door de gemeente zo gewenste registratie – die waarschijnlijk geen wettige basis had – bleek dus een van de belangrijkste hindernissen te zijn voor de gang van sekswerkers naar een Eroscentrum.

Steehouwer van de Werkgroep Prostitutie Rijnmond had een bijeenkomst belegd waar sekswerkers zelf spraken. Sekswerkers moesten volgens haar zelf onder vakgenoten onderzoeken of er een vakvereniging kon komen. Zo kon worden voorkomen dat er beslissingen over hen zonder hen werden genomen. Zij wees op Duitsland en Frankrijk waar sekswerkers zich al hadden georganiseerd.

In 1981 hadden 70 sekswerkers zich aangesloten bij haar vereniging. Sekswerkers moesten volgens haar zelf onder vakgenoten onderzoeken of er een vakvereniging kon komen. Zo kon worden voorkomen dat er beslissingen over hen zonder hen werden genomen. Zij wees op Duitsland en Frankrijk waar sekswerkers zich al hadden georganiseerd. Vijf aanwezige sekswerkers wilden een vakbond beginnen. Anderen zagen meer in een belangengroep. Katendrechtse Riek schamperde echter in 1979: ‘Een vakbond, laat me niet lachen. Wie is de werkgever?’

In 1981 had de vereniging met bordeelhouders een proces aangespannen om aan te tonen dat het sluiten van de bordelen op Katendrecht niet rechtmatig was. Helaas zag de rechter de vereniging niet als een officiële gesprekspartner omdat zij zich niet bij de Kamer van Koophandel mocht inschrijven. Prostitutie was immers geen erkend beroep! De organisatie zakte begin jaren tachtig ineen doordat de aangesloten sekswerkers zich over stad en land hadden verspreid.

Er kwam nog een ‘emancipatoir’ kritiek op het Eroscentrum. Dit kwam dit keer uit het de koker van de criminologe C.I. Dessaur, destijds beter bekend als feministische literator Andreas Burnier. In het meinummer van het tijdschrift Delikt en Delinkwent uit 1979 betoogde ze in haar artikel De Staat als Pooier dat er bij de plannen voor een Eroscentrum essentiële vragen over het hoofd zijn gezien. Men had gezwegen over de rol van de klanten en exploitanten bij de discussie over overlast. Tevens was men de seksuele dienstverlening voor hetzelfde geslacht vergeten en had men al helemaal geen aandacht voor seksuele dienstverlening van mannen voor vrouwen. Ook adviseerde de professor goed naar de aanbevelingen van de commissie Melai te kijken. Ze vond ook dat de overheid door middel van welzijnswerk in zelfbeschikkingsrecht van sekswerkers moest investeren en ze niet eenzijdig als veroorzaker van overlast moest beschouwen. [I]Volkskrant 29-5-1979

Terug naar de inhoudsopgave van het boek

[i] In oktober 1974 demonstreerden zij samen door eerst luid toeterend naar het stadhuis te gaan en daarna in het centrum te gaan tippelen. Die avond trachtten zij tevergeefs kamers te regelen in het Hilton en het Rijnhotel.

Sietske Altink

Lees de andere artikelen in deze reeks

De achtergrond

  1. De invoering van het bordeelverbod is mislukt
  2. Schaalvergroting van prostitutie op de kaart

Een carnavaleske inhoudsopgave

  1. De Maasstadoperette

Katendrecht

  1. Katendrecht: een depot van beleefde Chinezen met tijdelijke liefdes
  2. Het gecontroleerde ontstaan van een rosse buurt: bijnamenromantiek en huisjesmelkers
  3. Bewoners versus Het Leven
  4. De strijd tussen bewoners en de prostitutiewereld ontbrandt (letterlijk)
  5. Over een glazenwasser, caféhouders en kaartavondjes voor bejaarden
  6. Bordeelsluiting, een heidens karwei
  7. ‘Niet tegen maar langs de wet’.

Het Eroscentrum

  1. Het Eroscentrum, waaro, hiero of daaro?
  2. De Wijn- en Trijnhaven
  3. Het Poortgebouw ofwel Fuckingham Palace
  4. Bordeelboten, prostitutie tussen de wal en het schip
  5. De Keileweg: een erotisch luchtkasteel op een desolate vlakte
  6. De gemeente vraagt criminelen een monopoliepositie in te nemen in de prostitutiewereld

Achteraf

  1. Dit artikel
  2. Het Rotterdamse prostitutiebeleid in de jaren 70 en 80: een catalogus van blunders

Een opmerking over bronnen. Voor deze artikelenreeks zijn veel krantenartikelen gebruikt. De leesbaarheid zou zeer worden aangetast als die steeds in een notenapparaat moesten worden opgenomen. Daarom zijn de bronnen voor al deze artikelen in een aparte file vermeld die hier te downloaden is.

Overige bronnen

 

 

 

Noten   [ + ]

I. Volkskrant 29-5-1979